Op 9 april 2018 is het conceptwetsontwerp Arbeidsmarkt in balans gepubliceerd. Iedereen mocht gedurende één maand via een internetconsultatie hierop reageren. De meer bedachtzame media hebben er echter meer tijd voor nodig en in TRA zullen in het volgende nummer enige beschouwingen geplaatst worden over deelonderwerpen van het voorstel.
Het wetsontwerp kent – kort samengevat – de volgende maatregelen. Om vaste contracten ‘minder vast’ te maken wordt een cumulatiegrond ingevoerd, die de rechter de mogelijkheid geeft om ontslaggronden te combineren. De mogelijkheid om in vaste contracten een proeftijd van vijf maanden op te nemen maakt ze minder vast.
Het aanhouden van flexibele arbeidskrachten wordt deels eenvoudiger gemaakt. Zo wordt de mogelijkheid voor opeenvolging van tijdelijke contracten (de ketenbepaling) verruimd en wordt het in bepaalde gevallen mogelijk om de pauze tussen een keten van tijdelijke contracten per cao te verkorten van zes naar drie maanden.
Ten derde worden flexcontracten duurder. Zo krijgen werknemers vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding. Bovendien wordt de WW-premie voor een vaste baan lager dan voor een tijdelijk contract. Er komt meer bescherming voor oproepkrachten (de oproep moet minstens vier dagen van tevoren worden gedaan en de oproepkracht behoudt het recht op loon als het werk wordt afgezegd). Werknemers die op payrollbasis werken krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever.

De gedachte achter het wetsontwerp is dat de balans te sterk naar het gebruik van flexibele contacten is doorgeslagen; dat dit het geval is wordt gestaafd door duidelijke cijfers, die ook in het conceptwetsontwerp zijn opgenomen (MvT p. 16).
Als argument om de balans een duwtje naar meer vaste contracten te geven voert het kabinet aan dat de kloof tussen vaste en flexibele werknemer op de lange termijn negatieve gevolgen kan hebben voor het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Flexibele werknemers volgen namelijk minder vaak scholing dan vaste werknemers. Ook bestaat het gevaar dat flexibele werknemers minder risico’s durven nemen dan personen met een vast contract, hetgeen de innovatiekracht van de economie vermindert. Ten slotte bestaat het gevaar van concurrentie op arbeidsvoorwaarden (MvT p. 17). Deze selectie van nadelen is overigens opmerkelijk, aangezien er weinig aandacht is voor de belangen van de werknemers zelf.
Het kabinet wil het palet aan flexibele arbeidsvormen niet beperken, maar het zegt te willen voorkomen dat flexibele arbeidsvormen enkel worden benut om te concurreren op arbeidsvoorwaarden en dat flexibiliteit al te grote gevolgen heeft voor de positie van de werknemer.
Opvallend is dat een analyse ontbreekt van de vraag waarom de arbeidsmarkt uit balans is en waarom dit sterker het geval is in Nederland dan in vergelijkbare landen; het kabinet merkt wel op dat mondialisering, technologische en culturele ontwikkelingen dit niet kunnen verklaren, en dat de institutionele inrichting van de arbeidsmarkt een belangrijke rol speelt (MvT p. 16).
De (concept)memorie van toelichting licht dit niet nader toe. Er zijn echter verschillende factoren voor de grote toename van flexibele contracten. Bij sommige werkgevers is onzekerheid over toekomstige subsidie-inkomsten of te verwachten omzet om flexibele contracten te hanteren. Soms kan de aard van de functie meebrengen dat roulatie nodig is, zoals bij creatieve banen of onderzoeksfuncties. In bepaalde bedrijfstakken kan er sprake zijn van frequente piek- en ziekteperioden.
Meer in de institutionele sfeer kan de vrees genoemd worden voor de kosten die voortkomen uit ziekte of arbeidsgeschiktheid.
Last, but not least kan een bedrijf inderdaad op het scherp van de snede ernaar streven om de loonkosten zo beperkt mogelijk te houden en daarom de voorkeur geven aan tijdelijke arbeid.
Het conceptwetsontwerp bespreekt zulke factoren niet en de voorgestelde maatregelen maken daarom een wat geïsoleerde indruk, omdat geen verband met een mogelijke oorzaak wordt gelegd. Werkgeversorganisaties hebben zich over de voorgestelde maatregelen al teleurgesteld uitgelaten, net zoals vakbonden kritiek hebben geuit op de aanpassing van het ontslagrecht en de langere proeftijd. Hoewel een optimist zou kunnen opmerken dat teleurstelling aan beide kanten juist goed is voor de balans, is het niet zo simpel.
Maatregelen als het duurder maken van flexibele arbeid, het faciliteren van flexibele arbeid (bij de ketenregeling eigenlijk terug naar af, naar de situatie van vóór de Wwz) en het iets eenvoudiger maken om vaste werknemers te ontslaan sluiten niet goed aan bij de genoemde factoren die de arbeidsmarkt uit balans hebben gebracht.
Toegegeven: als de reden voor het flexibele contract is dat de werkgever zo goedkoop mogelijk uit wil zijn, dan kan de maatregel dat een vast contract duurder wordt als gevolg van de hogere WW-premies remmend werken. De werkgever zal ongetwijfeld gaan rekenen. Soms zal hij tot de conclusie komen dat een permanent contract gunstiger is dan een tijdelijk contract. Maar het tegenovergestelde kan ook gebeuren. Hij kan naar alternatieven zoeken, zoals de bijna perverse mogelijkheid dat hij een vast contract aanbiedt, maar gebruikmaakt van de langere proeftijd. Alternatieven om meer met zzp’ers te werken, of met payroll- of uitzendkrachten of contracting te gaan werken kunnen beproefd worden. Kortom, hoe de balans verschuift, is moeilijk te voorspellen.
Voor een betere balans is een uitgebreidere visie op de arbeidsmarkt nodig. Waarom is die in Nederland zo veel sterker doorgeslagen naar flexwerk? Als institutionele factoren de toename van flexwerk verklaren, zou het conceptwetsontwerp daarop gericht moeten zijn.
De wetgever zou bijvoorbeeld duidelijker de afgrenzing van arbeidscontracten voor bepaalde tijd, vaste arbeidscontracten en zzp-arbeid kunnen formuleren. Zo zou de eis van een objectieve rechtvaardigingsgrond voor het aanbieden van bepaaldetijdcontracten overwogen kunnen worden. Zo’n stelsel zal extra waarde krijgen als bijvoorbeeld in cao’s aanvullende voorwaarden en faciliteiten worden geregeld, afhankelijk van de grond die gehanteerd wordt. Als bijvoorbeeld voor een creatief of onderzoeksberoep een relatief lang bepaaldetijdcontract wordt aangeboden, zouden extra hoge eisen aan scholing en begeleiding naar een andere baan gesteld kunnen worden. Dat sluit ook aan bij de analyse van de regering dat gebrek aan scholing en de angst voor risico’s belangrijke problemen zijn bij de kloof.
Een andere institutionele factor is de vrees voor de gevolgen van ziekte of arbeidsongeschiktheid. Ook hier zou nagedacht moeten worden over opties om die risico’s te verminderen. Al eerder is genoemd dat de loondoorbetaling bij ziekte teruggebracht zou kunnen worden naar bijvoorbeeld twaalf maanden. Als dit onhaalbaar is, kan het risico worden verminderd door een verplichte – eventueel private – verzekering of fondsvorming voor ziekte- en re-integratiekosten op te leggen aan kleine ondernemingen.
Ja, en ook het ontslagrecht is een institutionele factor. Het is de vraag of de cumulatiegrond veel gaat opleveren. Die kan misschien van belang zijn bij minder goed functionerende werknemers, maar niet als men een vast contract wil beëindigen wegens teruglopende omzet of subsidie.
Om tijdelijke arbeid met het oog op economische onzekerheid te regelen zou men kunnen denken aan een derde type contracten, tussen vaste en echt tijdelijke in. Deze zouden na instemming van de ondernemingsraad of op basis van een cao kunnen worden ingezet en daarvoor zou een speciale rechtspositie kunnen worden ontworpen, met een langere opzegtermijn, scholingsvoorzieningen en voorrang bij andere vacatures bij de betreffende werkgever.
Ik bepleit hiermee een veel omvattender benadering van het zoeken naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt. Voor zo’n vernieuwing volstaat het immers niet om aan een paar knoppen te draaien. En ook een maand internetconsultatie is niet voldoende.

Alle verschenen columns kunt u ook nog eens rustig nalezen. Reeds verschenen zijn:

2018

Aflevering 11
De prijs van het arbeidsrecht
prof. mr. R.A.A. Duk

Aflevering 9/10
Big data op de werkvloer
prof. mr. W.L. Roozendaal

Aflevering 7/8
Balancerende kloven van de arbeidsmarkt…
prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 6
De Europese Arbeidsautoriteit: een logische stap in de bestrijding van misstanden bij grensoverschrijdende arbeid?
prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 5
Cin Cin! 
Prof. mr. Barend Barentsen

Aflevering 4
Payroll: waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan
Prof. mr. Femke Laagland

Aflevering 3
Over het Regeerakkoord en een olifant
mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 2
Voorwoord (pre-packxit)
M.L. Lennarts, S.S.M. Peters & F.M.J. Verstijlen

Aflevering 1
Too weak @ #metoo
prof. mr. S.F. Sagel

2017

Aflevering 12
Een New Day of Groundhog Day?
Mr. A. Keizer

Aflevering 11
Een sociale pijler ook voor Nederland?
prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 10
Bekijk het een van een andere kant
mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
Het kat-en-muisspelletje met werknemers op tijdelijke contracten 
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 6/7
Een Europees evenwicht herijkt?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Herziening van het ontslagrecht? Bezint eer ge begint ... 
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 4
De elite, het volk en het sociale recht
Prof. mr. W.L. Roozendaal

Aflevering 3
Oordelen zonder onderscheid
Mr. K.G.F. van der Kraats

Aflevering 2
One issue
Prof. mr. S.F. Sagel

Aflevering 1
Je maintiendrai
Prof. mr. B. Barentsen

2016

Aflevering 12
(Weg)kijken
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
Sociale triple-A status EU? A vision alone will not suffice
Prof. mr. S.S.M Peters

Aflevering 10
“Wir schaffen es”: verantwoord welkom aan wat vreemd en nieuw is
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
De Participatiemaatschappij aan banden
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 6/7
De Raad van State, arbeidsrecht en wetgeving
Prof. mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Een luchtballon in de wind
Mr. drs. K.G.F. van der Kraats

Aflevering 4
Langer doorwerken of langer werkloos zijn
Prof. mr. dr. W.L. Roozendaal

Aflevering 3
Aanmodderen in het oog van de storm of navigeren met een sociaal kompas?
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 2
Representativiteit is een illusie
Prof. mr. B. Barentsen

Aflevering 1
Wwz: pas toe en leg uit!
Prof. mr. S.F. Sagel

2015

Aflevering 12
De weg naar de arbeidsmarkt
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
Transitievergoeding: niet lappen maar kappen
Prof. mr. S.S.M. Peters

Aflevering 10
Het arbeidsrecht van de toekomst
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 8/9
Wat gaan we er met ons allen van bakken?
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 6/7
Preventieve arbo wetgeving
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 5
Franse toestanden
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 4
Schijnzelfstandigen: de sociale partners zijn nu aan zet
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 3
"Minder, minder, minder"? Over verlaging van beloningen en zo
Prof. mr. R.A.A. Duk

Aflevering 2
Doorwerkende AOW'ers: altijd voordelig!
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 1
Broodroof
Prof. mr. B. Barentsen

2014

Aflevering 12
Het muizengaatje verdient de hoofdprijs
Prof. mr. S.F. Sagel

Aflevering 11
Voor de kleintjes mag het arbeidsrecht een paar onsjes minder zijn
Prof. mr. S.S.M. Peters

Aflevering 10
Participatiesamenleving
Mr.dr. P.H. Burger

Aflevering 8/9
Stop proletarisch winkelen op de Europese arbeidsmarkt
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 6/7
Een zinnig wetsvoorstel over klokkenluiders
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 5
Ieder voor zijn eigen of een gezamenlijk activerend arbeidsmarktbeleid?
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 4
Van participatie en quota, en van het spekken van de kas
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 3
Drucker, Levenbach en het Wetsvoorstel Werk en Zekerheid
Prof. mr. R.A.A. Duk en prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 2
Vraag naar en aanbod van arbeid in de participatiesamenleving
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 1
Wolf
Prof. mr. S.F. Sagel

2013

Aflevering 12
De marathonman
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
'Europees wat moet, nationaal wat kan'
Prof. mr. S.S.M. Peters

Aflevering 10
It's the implementation of the rule, stupid, not the rule as such
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
Weg met het ontslag op staande voet
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 6/7
De polder wast witter?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Homo homini lupus
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 4
Naar een Nota Flexibiliteit en zekerheid 2.0
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 3
Euphemia
Mr. S.F. Sagel

Aflevering 2
Regeren is vooruit zien ...
Mr. S.F. Sagel

Aflevering 1
Ouder worden komt dagelijks voor
Prof. mr. B. Barentsen

2012

Aflevering 12
Langer werken
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
Eerlijk zullen we alles delen - jong en oud op de arbeidsmarkt
Prof.mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 10
'The Times They Are A-Changin'
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
Gebruik van sociale media kan ernstige gevolgen hebben voor uw beroepsleven.
Dr. S.S.M. Peters

Aflevering 6/7
Het Kunduz-akkoord en het ontslagrecht
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Driekwart dwingend recht: de werknemer voldoende beschermd?
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 4
Het ontslagstelsel volgens Koser Kaya: oude wijn, met een slecht etiket
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 3
Arbeidsparticipatie van vrouwen: 'Moet jij werken?'
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 2
Factor 20 als smeermiddel tegen maatschappelijke (belonings)onrust?
Mr. M. van Eck

Aflevering 1
Kosten van normalisering
Prof. mr. G.J.J.Heerma van Voss

2011

Aflevering 12
Legitimatie, legitimatie, legitimatie. Over werkgevers, gele vakbonden en Kamerleden
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 11
De ene aardbei is de andere nog niet
Dr. mr. P.H. Burger

Aflevering 10
De angst voor anders
Prof. mr. E. Verhulp

Aflevering 8/9
Overheid en arbeidsverhoudingen: we zijn warempel Sinterklaas niet
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 6/7
Hoe onzeker mogen onze pensioenen zijn?
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 5
De payroll-cao: over dingen die voorbijgaan?
Mr. M. van Eck

Aflevering 4
Wettelijke verankering van de ‘Balkenendenorm’ nabij?
Prof. mr. dr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 3
Het ontslagrecht: een vierjarig bestand?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 2
Europese invloed op het sociaal beleid
Prof. mr. G.J.J. Heerma van Voss

Aflevering 1
Een brug tussen de wal en het schip
Mr. J.M. van Slooten en mr. G. Boot

2010

Aflevering 12
Wie is hier nu echt zelfstandig op de arbeidsmarkt?
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 11
Ontschillen op de arbeidsmarkt
Prof. dr. A.C.J.M. Wilthagen

Aflevering 10
Markt en politiek
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
En juristen kunnen niet rekenen ...?
Prof. mr. E. Verhulp

Aflevering 6/7
Minister Donner en de 'frauderende' zzp'ers
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 5
Brief aan de minister-president
Mr. M. Van Eck

Aflevering 4
Opzij?! Wettelijke streefcijfers voor vrouwelijke bestuurders en commissarissen
Mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 3
De bestuurder geen werknemer meer?
Prof. mr. G.J.J. Heerma van Voss

Aflevering 2
Welke toekomst heeft de medezeggenschap?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 1
Een rapport over verhouding bestuur, commissarissen en institutionele belegger: waar is de werknemer?
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus