* Onder de Column volgt een reactie van M. Stavinga, secretaris LBV

Bij het legitimeren van een bedrijfs-cao die afwijkt van de overkoepelende cao past op zijn minst kritische zin en terughoudendheid.

Ooit ging ik een huis kopen. Dat had ik niet eerder gedaan. Toen ik mijn vader, die dat wel eerder en zelfs vaker had gedaan, om advies vroeg, zei hij dat er drie dingen waren waar ik op moest letten: locatie, locatie, locatie – nota bene zonder voegwoord. Het motto was duidelijk: er is maar één ding dat telt, vergeet de bijzaken (voor mij persoonlijk geen overbodige lijfspreuk).
Voor de werking van een cao telt ook maar één ding: de legitimatie, die nodig is om wat buiten de cao-sfeer dwingend recht is (het zogenoemde driekwart dwingende recht) opzij te kunnen zetten, maar die evengoed nodig is om via incorporatiebedingen en anders wel via art. 14 Wet CAO die cao op niet-leden toe te passen, en om in geval van sector-cao's via de algemeen verbindend verklaring die cao's zelfs sectorbreed aan iedereen op te leggen.
Legitimatie vereist allereerst partijen die gelegitimeerd zijn. Dat zijn vakbonden die behoorlijk wat leden hebben in de doelgroep, leden die bij voorkeur zo goed mogelijk over de diverse leeftijdsgroepen verspreid moeten zijn. Maar het vereist net zo goed een werkgeversorganisatie die alleen zaken doet met serieuze vakorganisaties en niet een cao afsluit met een afhankelijke vakbond of zelfs een nep-bond. Dat geldt a fortiori op bedrijfsniveau – zeker als het er om gaat aan een algemeenverbindendverklaring (AVV) te ontkomen.
Minister De Geus heeft destijds een mooi criterium bedacht om te toetsen of de bedrijfs-cao voldoende legitimatie bezat om af te wijken van de algemeen verbindend verklaarde sector-cao. De partijen bij de bedrijfs-cao moeten sindsdien aantonen dat het bedrijf voldoende specifieke kenmerken binnen de sector heeft om voor zijn werknemers een eigen cao te rechtvaardigen – schoonheid in eenvoud, zou ik zeggen.
Maar waarom willen wij eigenlijk een cao en collectieve afspraken op een centraal (sector-) niveau? En waarom in vredesnaam een AVV? Allereerst is er het belang van de werknemers: die willen niet dat de werkgever uitgerekend op lonen gaat concurreren. En de werkgevers? Die willen besparen op transactiekosten (gaat u met dertig mensen individueel onderhandelen?) en dus de salarisonderhandelingen in een keer afronden – en meer algemeen: ze willen arbeidsonrust voorkomen. Dat er daardoor een zekere gelijkvormigheid in het loongebouw ontstaat, valt niet te ontkennen. Maar diezelfde gelijkvormigheid keert terug in veel meer aspecten van het werkzame bestaan (de crèche op het werk; de leasebak of bakfiets van de baas). Individualisme uit zich in de stacaravan, minder op het werk.
Terug naar de cao. Het is nogal wat, wanneer arbeidsvoorwaarden een geprivilegieerde werking krijgen (opzij zetten dwingend recht; doorwerking bij niet-leden). Daardoor mag men de lat kwalitatief en kwantitatief hoog leggen – en moeten we niet te snel afwijkingen op decentraal of lokaal niveau toestaan. Want bij collectieve afspraken met kleine, zwakke vakbonden is al snel niet voldaan aan die drie wezenskenmerken: legitimatie, legitimatie, legitimatie.
Onlangs verkondigde Kamerlid van Hijum in zijn partijblad dat het makkelijker moest worden dat cao's op deelsectorniveau af konden wijken van de sector-cao. Er zou meer ruimte moeten komen voor maatwerk. Nu staat het bedrijven in een deelsector vrij om collectief het lidmaatschap van de sector-organisatie op te zeggen en een eigen cao te beginnen. Maar dat is niets nieuws, dus dat zal hij niet bedoeld hebben. Als Van Hijum wil bepleiten dat het makkelijker moet worden om van de AVV af te wijken, kortom dat het criterium van bedrijfsspecifieke kenmerken moet verwateren – en daar lijkt het wel op, dan moet hij misschien eerst zelf specifieker worden in zijn argumentatie. Want de huidige dispensatieregeling werkt: uit een recent onderzoek van Ecorys blijkt dat bedrijven of deelsectoren die aantonen dat zij bedrijfsspecifieke kenmerken hebben, gewoon voor dispensatie van de AVV in aanmerking komen.
In elk geval is het saillant dat werkgeversorganisaties van dakdekkers, die zeiden zich gesterkt te voelen door het betoog van Van Hijum, onlangs meldden dat zij een mooie deelsector-cao hadden afgesloten met het LBV – een kleine 'multi-inzetbare vakbond', die regelmatig cao's afsluit in bedrijven en/of deelsectoren waar zij nauwelijks - en vaak alleen zeer recente - leden heeft.
Legitimatie van een cao met een minder sterke vakbond op bedrijfsniveau vereist mijns inziens dat er maatwerk nodig is, of zo men wil: sprake is van bedrijfsspecifieke kenmerken.
Het zou goed zijn als Kamerleden die al te enthousiast het decentrale niveau tegemoettreden nog eens goed kijken: ze zullen zien dat ze in nogal wat gevallen in een knellende omhelzing staan met gele vakbonden.

Reactie M. Stavinga:

Volgens Prof. mr. Grapperhaus past bij het legitimeren van een bedrijfs-cao die afwijkt van de overkoepelende cao op zijn minst kritische zin en terughoudendheid. Wat dat betreft zijn Prof. mr. Grapperhaus en ik het wel eens. Daarna lopen onze meningen uiteen. Wel is duidelijk dat Prof. mr. Grapperhaus in zijn relaas de kant kiest van de gevestigde orde, of te wel de partijen bij algemeen verbindend verklaarde cao's.

Zo gaat hij in op de legitimiteit van cao-partijen, waarbij de legitimiteit van partijen bij algemeen verbindend verklaarde cao's voor Prof. mr. Grapperhaus in elk geval niet ter discussie staat. Die van andere cao-partijen echter wel. Volgens hem telt voor de werking van een cao de legitimatie. Legitimatie vereist allereerst partijen die gelegitimeerd zijn. We praten hier dus over legitieme werkgeversorganisaties en legitieme vakbonden bij cao's die voor dispensatie in aanmerking willen komen. De vraag is echter hoe men bepaalt of een partij legitiem is. Minister De Geus heeft bij het vaststellen van het toetsingskader AVV) in 2007 een mooi criterium bedacht om te toetsen of de bedrijfs-cao voldoende legitimatie bezat om af te wijken van de algemeen verbindend verklaarde sector-cao.

Partijen bij de bedrijfs-cao moeten namelijk sindsdien aantonen dat zij onafhankelijk van elkaar zijn én dat het bedrijf over voldoende afwijkende bedrijfs(tak)specifieke kenmerken beschikt die een eigen cao te rechtvaardigen. Dit is vastgelegd in de zogeheten dispensatieregeling vanuit het toetsingskader AVV. Voldoen partijen aan deze voorwaarden van de dispensatieregeling dan zijn zij legitiem en kan men in aanmerking komen voor vrijstelling van algemeenverbindendverklaring (AVV) van de CAO waarvoor men dispensatie verzoekt. Zo heeft ook LBV moeten aantonen dat LBV (financieel) onafhankelijk is van de werkgeversorganisatie(s) met wie LBV cao's sluit. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft deze onafhankelijkheid getoetst en aanvaard.

In Nederland worden er jaarlijks dispensatieverzoeken dan wel bedenkingen ingediend tegen AVV-verzoeken. De Landelijke Belangen Vereniging (LBV) neemt hiervan verreweg de meeste dispensatieverzoeken voor haar rekening. Uit een recent onderzoek van Ecorys blijkt dat bedrijven of deelsectoren die aantonen dat zij bedrijfsspecifieke kenmerken hebben, gewoon voor dispensatie van de AVV in aanmerking komen. Dat dit verkrijgen van dispensatie niet zonder slag of stoot gaat vergeet Prof. mr. Grapperhaus voor het gemak maar te noemen. Zo heeft LBV voor een aantal van haar cao's pas na een lange en moeizame strijd een aantal dispensaties verworven. Hieraan voorafgaande is een proces gevoerd door het indienen van dispensatieverzoeken, het indienen van bezwaren indien het dispensatieverzoek werd afgewezen en/of het voeren van beroepsprocedures in het geval dispensatie wel werd verleend maar partijen bij de AVV-CAO het met het besluit van de minister niet eens waren. De conclusie van het onderzoek van Ecorys is daarom ook maar ten dele juist. Er worden namelijk wel dispensaties verleend, maar in tegenstelling tot partijen bij cao's die algemeen verbindend zijn verklaard die tevreden zijn over de werking van het toetsingskader AVV, zijn partijen die in aanmerking willen komen voor dispensatie dat niet.

Zo hebben dispensatiepartijen vooral grote problemen met de term voldoende afwijkende bedrijfs(tak)specifieke kenmerken op grond waarvan men mogelijk voor dispensatie in aanmerking kan komen. Want wat zijn nu wel of niet voldoende afwijkende bedrijfs(tak)specifieke kenmerken. Sinds de wijziging van het toetsingskader AVV is het LBV in ieder geval duidelijk geworden dat dit er maar weinig zijn en er eigenlijk slechts sprake is van voldoende afwijkende bedrijfs(tak)specifieke kenmerken indien partijen bij algemeen verbindend verklaarde cao's zelf dit onderscheid maken. In (nagenoeg) alle andere gevallen worden de door partijen die dispensatieverzoeken aangedragen afwijkende bedrijfs(tak)specifieke kenmerken simpelweg afgedaan met de opmerking dat deze niet afwijkend of bedrijfs(tak)specifiek genoeg zijn. Zo heeft ook Prof. mr. Grapperhaus namens partijen bij de algemeen verbindend verklaarde ABU-CAO voor Uitzendkrachten diverse keren getracht aan te tonen dat de door LBV en haar contractpartner aangedragen afwijkende bedrijfs(tak)specifieke kenmerken op grond waarvan dispensatie werd verzocht van de ABU-CAO voor Uitzendkrachten niet afwijkend of niet bedrijfs(tak)specifiek genoeg waren om voor dispensatie in aanmerking te komen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft echter anders geoordeeld en heeft aan LBV en haar contractpartner dispensatie verleend. Ogenschijnlijk heeft Prof. mr. Grapperhaus nog steeds geen vrede met deze uitspraak en ziet hij zich genoodzaakt middels een artikel in Tijdschrift Recht en Arbeid de vakbond LBV in een kwaad daglicht te stellen. Nogal 'huilie huilie' zoals een bepaalde politicus dit wel eens heeft verwoord. Bovendien wil ik opmerken dat Prof. mr. Grapperhaus zelf in de redactie van Tijdschrift Recht en Arbeid zit en dat LBV, ondanks de negatieve uitlatingen over LBV, niet in de gelegenheid is gesteld haar kant van het verhaal te zeggen. Van hoor en wederhoor is dan ook geen sprake geweest. Niet zo netjes voor een "Tijdschrift dat gaat over Arbeid en Recht".

In het artikel wordt LBV namelijk over één kam geschoren met gele vakbonden. Gele vakbonden zijn vakbonden die zijn opgericht vanuit een initiatief van de werkgever bestaande uit enkel en alleen werknemers van die werkgever om zodoende een cao te kunnen sluiten. Van enige onafhankelijkheid tussen een dergelijke vakbond en werkgever, aangezien de vakbond alleen met gratie van die werkgever bestaat, is dan ook geen sprake. LBV wijst het bestaan van gele vakbonden ook af. Dat kan LBV ook makkelijk doen omdat LBV zelf geen gele vakbond is, alhoewel Prof. mr. Grapperhaus anders wil doen voorkomen. LBV is een vakbond die haar oorsprong nog terug kan leiden tot de Eenheidsvakcentrale (EVC), later onder de overkoepeling Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties (OVB) opereert én uiteindelijk als zelfstandige onafhankelijk vakbond voor haar leden cao's sluit. LBV heeft leden georganiseerd in vele branches. Veel meer branches dan waarin zij cao's sluit. LBV is in die zin dan ook een breed georganiseerde vakbond, die financieel onafhankelijk is van haar contractpartners. Het valt echter niet te ontkennen dat LBV van werkgeversorganisaties met wie zij cao's sluit werkgeversbijdragen ontvangt. Dit is echter niet zo vreemd aangezien elke vakorganisatie voor cao's die worden gesloten werkgeversbijdragen ontvangt. Dit zogeheten vakbondstientje, volgens de AWVN-norm eerder 20 euro, wordt ook door vakorganisaties bij algemeen verbindend verklaarde cao's geïnd. Er is dan ook geen enkele legitieme reden te bedenken waarom LBV, net als alle andere vakorganisaties, niet een dergelijke werkgeversbijdrage zou mogen ontvangen. Het innen van een werkgeversbijdrage door LBV diskwalificeert LBV dan ook geenszins als legitieme vakorganisatie. Wat Prof. mr. Grapperhaus hier verder dan ook van mag denken.

Verder is Prof. mr. Grapperhaus van mening dat gele vakbonden en de werkgever met wie zij een cao sluiten elkaar in een knellende omhelzing vasthebben. Op zich een redelijke conclusie indien je deze van toepassing acht op gele vakbonden. Prof. mr. Grapperhaus gaat bij het geven van zijn mening echter een stukje verder door ook legitieme vakbonden als LBV onder de gele vakbonden te scharen en daarmee dus te stellen dat LBV en haar contractpartners elkaar in eenzelfde knellende omhelzing hebben. Niets is echter minder waar. LBV kan net zo makkelijk afscheid nemen van een contractpartner als andere vakorganisaties. Zo heeft LBV recentelijk nog de CAO met de Vereniging van Beveiligingsorganisaties voor Evenementen (VBE) opgezegd, omdat LBV van mening was en is dat de leden van VBE zich (ten nadelen van werknemers) niet houden aan de cao-afspraken.

De conclusie dat LBV een gele vakbond zou zijn is naar mijn mening en ook die van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die LBV toetst een uiterst onterechte conclusie. Een conclusie die op geen enkele manier recht doet aan de positie in vakbondsland die LBV zich na een zware en moeizame strijd heeft verworden, namelijk de vakbond die na de vakbonden die zijn aangesloten bij de drie grote vakcentrales de meeste cao's sluit. Zoals men in het Engels zou zeggen 'LBV is here to stay'. Een feit waar andere vakorganisaties als ook Prof. mr. Grapperhaus maar mee moet leren leven.

Alle verschenen columns kunt u ook nog eens rustig nalezen. Reeds verschenen zijn:

2018

Aflevering 11
De prijs van het arbeidsrecht
prof. mr. R.A.A. Duk

Aflevering 9/10
Big data op de werkvloer
prof. mr. W.L. Roozendaal

Aflevering 7/8
Balancerende kloven van de arbeidsmarkt…
prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 6
De Europese Arbeidsautoriteit: een logische stap in de bestrijding van misstanden bij grensoverschrijdende arbeid?
prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 5
Cin Cin! 
Prof. mr. Barend Barentsen

Aflevering 4
Payroll: waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan
Prof. mr. Femke Laagland

Aflevering 3
Over het Regeerakkoord en een olifant
mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 2
Voorwoord (pre-packxit)
M.L. Lennarts, S.S.M. Peters & F.M.J. Verstijlen

Aflevering 1
Too weak @ #metoo
prof. mr. S.F. Sagel

2017

Aflevering 12
Een New Day of Groundhog Day?
Mr. A. Keizer

Aflevering 11
Een sociale pijler ook voor Nederland?
prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 10
Bekijk het een van een andere kant
mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
Het kat-en-muisspelletje met werknemers op tijdelijke contracten 
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 6/7
Een Europees evenwicht herijkt?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Herziening van het ontslagrecht? Bezint eer ge begint ... 
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 4
De elite, het volk en het sociale recht
Prof. mr. W.L. Roozendaal

Aflevering 3
Oordelen zonder onderscheid
Mr. K.G.F. van der Kraats

Aflevering 2
One issue
Prof. mr. S.F. Sagel

Aflevering 1
Je maintiendrai
Prof. mr. B. Barentsen

2016

Aflevering 12
(Weg)kijken
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
Sociale triple-A status EU? A vision alone will not suffice
Prof. mr. S.S.M Peters

Aflevering 10
“Wir schaffen es”: verantwoord welkom aan wat vreemd en nieuw is
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
De Participatiemaatschappij aan banden
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 6/7
De Raad van State, arbeidsrecht en wetgeving
Prof. mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Een luchtballon in de wind
Mr. drs. K.G.F. van der Kraats

Aflevering 4
Langer doorwerken of langer werkloos zijn
Prof. mr. dr. W.L. Roozendaal

Aflevering 3
Aanmodderen in het oog van de storm of navigeren met een sociaal kompas?
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 2
Representativiteit is een illusie
Prof. mr. B. Barentsen

Aflevering 1
Wwz: pas toe en leg uit!
Prof. mr. S.F. Sagel

2015

Aflevering 12
De weg naar de arbeidsmarkt
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
Transitievergoeding: niet lappen maar kappen
Prof. mr. S.S.M. Peters

Aflevering 10
Het arbeidsrecht van de toekomst
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 8/9
Wat gaan we er met ons allen van bakken?
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 6/7
Preventieve arbo wetgeving
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 5
Franse toestanden
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 4
Schijnzelfstandigen: de sociale partners zijn nu aan zet
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 3
"Minder, minder, minder"? Over verlaging van beloningen en zo
Prof. mr. R.A.A. Duk

Aflevering 2
Doorwerkende AOW'ers: altijd voordelig!
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 1
Broodroof
Prof. mr. B. Barentsen

2014

Aflevering 12
Het muizengaatje verdient de hoofdprijs
Prof. mr. S.F. Sagel

Aflevering 11
Voor de kleintjes mag het arbeidsrecht een paar onsjes minder zijn
Prof. mr. S.S.M. Peters

Aflevering 10
Participatiesamenleving
Mr.dr. P.H. Burger

Aflevering 8/9
Stop proletarisch winkelen op de Europese arbeidsmarkt
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 6/7
Een zinnig wetsvoorstel over klokkenluiders
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 5
Ieder voor zijn eigen of een gezamenlijk activerend arbeidsmarktbeleid?
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 4
Van participatie en quota, en van het spekken van de kas
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 3
Drucker, Levenbach en het Wetsvoorstel Werk en Zekerheid
Prof. mr. R.A.A. Duk en prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 2
Vraag naar en aanbod van arbeid in de participatiesamenleving
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 1
Wolf
Prof. mr. S.F. Sagel

2013

Aflevering 12
De marathonman
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
'Europees wat moet, nationaal wat kan'
Prof. mr. S.S.M. Peters

Aflevering 10
It's the implementation of the rule, stupid, not the rule as such
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
Weg met het ontslag op staande voet
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 6/7
De polder wast witter?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Homo homini lupus
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 4
Naar een Nota Flexibiliteit en zekerheid 2.0
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 3
Euphemia
Mr. S.F. Sagel

Aflevering 2
Regeren is vooruit zien ...
Mr. S.F. Sagel

Aflevering 1
Ouder worden komt dagelijks voor
Prof. mr. B. Barentsen

2012

Aflevering 12
Langer werken
Mr. dr. P.H. Burger

Aflevering 11
Eerlijk zullen we alles delen - jong en oud op de arbeidsmarkt
Prof.mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 10
'The Times They Are A-Changin'
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
Gebruik van sociale media kan ernstige gevolgen hebben voor uw beroepsleven.
Dr. S.S.M. Peters

Aflevering 6/7
Het Kunduz-akkoord en het ontslagrecht
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 5
Driekwart dwingend recht: de werknemer voldoende beschermd?
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 4
Het ontslagstelsel volgens Koser Kaya: oude wijn, met een slecht etiket
Mr. drs. P.Th. Sick

Aflevering 3
Arbeidsparticipatie van vrouwen: 'Moet jij werken?'
Prof. mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 2
Factor 20 als smeermiddel tegen maatschappelijke (belonings)onrust?
Mr. M. van Eck

Aflevering 1
Kosten van normalisering
Prof. mr. G.J.J.Heerma van Voss

2011

Aflevering 12
Legitimatie, legitimatie, legitimatie. Over werkgevers, gele vakbonden en Kamerleden
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 11
De ene aardbei is de andere nog niet
Dr. mr. P.H. Burger

Aflevering 10
De angst voor anders
Prof. mr. E. Verhulp

Aflevering 8/9
Overheid en arbeidsverhoudingen: we zijn warempel Sinterklaas niet
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 6/7
Hoe onzeker mogen onze pensioenen zijn?
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 5
De payroll-cao: over dingen die voorbijgaan?
Mr. M. van Eck

Aflevering 4
Wettelijke verankering van de ‘Balkenendenorm’ nabij?
Prof. mr. dr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 3
Het ontslagrecht: een vierjarig bestand?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 2
Europese invloed op het sociaal beleid
Prof. mr. G.J.J. Heerma van Voss

Aflevering 1
Een brug tussen de wal en het schip
Mr. J.M. van Slooten en mr. G. Boot

2010

Aflevering 12
Wie is hier nu echt zelfstandig op de arbeidsmarkt?
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus

Aflevering 11
Ontschillen op de arbeidsmarkt
Prof. dr. A.C.J.M. Wilthagen

Aflevering 10
Markt en politiek
Mr. H.W.M.A. Staal

Aflevering 8/9
En juristen kunnen niet rekenen ...?
Prof. mr. E. Verhulp

Aflevering 6/7
Minister Donner en de 'frauderende' zzp'ers
Prof. mr. F.J.L. Pennings

Aflevering 5
Brief aan de minister-president
Mr. M. Van Eck

Aflevering 4
Opzij?! Wettelijke streefcijfers voor vrouwelijke bestuurders en commissarissen
Mr. M.S. Houwerzijl

Aflevering 3
De bestuurder geen werknemer meer?
Prof. mr. G.J.J. Heerma van Voss

Aflevering 2
Welke toekomst heeft de medezeggenschap?
Mr. R.A.A. Duk

Aflevering 1
Een rapport over verhouding bestuur, commissarissen en institutionele belegger: waar is de werknemer?
Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus